België als dinoland
PLANEET BELGIË
Deel 4: Een moeras vol verdronken iguanodons
125 miljoen jaar geleden draven kuddes iguanodons door onze streken, ook rond een met water gevulde verzakking in Bernissart (Henegouwen). Vele tientallen dorstige viertonners zullen erin verzeild raken en stikken. Hun verdrinkingsdood wordt ons paleontologische geluk: hun resten fossiliseren perfect en schuiven door de onstabiele ondergrond tot in de dieperliggende steenkoollagen van het Carboon. Daar stoten twee mijnwerkers in 1878 op de eerste botten. De Iguanodons van Bernissart worden de Steen van Rosetta voor de prille dinopaleontologie. De evolutie van dinosauriërs begon bescheiden in het Trias, nam een hoge vlucht in de Jura, tot een meteoor aan het einde van het Krijt een einde maakte aan hun heerschappij. Maar een paar gevederde soorten vlogen door de apocalyps heen.
Reinout Verbeke
PLANEET BELGIË,
de odyssee van ons land
Onze lap grond in het hart van Europa heeft er een bewogen reis van zo’n vijfhonderd miljoen jaar op zitten. België longtemps-avant-la lettre begon dicht bij de zuidpool, passeerde langs de evenaar en meerde – voorlopig – aan in het noordelijk halfrond.
Een reis vol dramatische botsingen. Ze hebben van ons land een geologisch eldorado gemaakt. We trekken mee met geologen, paleontologen en burgerwetenschappers, die het landschap en het leven dat er ooit in rondzwom, –kroop of –vloog reconstrueren.
Maak je klaar voor de diepste reis door ons land, in vijf delen. Dit is de vierde aflevering.
De tijd is peilloos diep. Aardwetenschappers proberen er alsnog vat op te krijgen door ze op te delen in ‘periodes’. Zo passeerden in deze reeks al het Cambrium, Ordovicium, Siluur, Devoon en Carboon. Binnen die periodes doen de geologen en paleontologen het fijnmazigere werk: het definiëren van 'tijdvakken’, zoals boven-Devoon, en 'tijdsnedes', zoals Famenniaan. Maar ze zoomen ook uit en groeperen periodes door de vraag te stellen: wat is hun grootste gemene deler? Dat zijn de 'era's', die vele tientallen tot honderden miljoenen jaren beslaan. Op de grenzen van era's zitten grote omslagpunten in de geologie. En die gaan bijna altijd gepaard met een massa-uitsterving.
In deze vierde aflevering van Planeet België zijn we aan het einde gekomen van zo'n 'era' of 'hoofdtijdperk': het Paleozoïcum. Letterlijk: de tijd van het oude leven. We treden het Mesozoïcum binnen, het tijdperk van het midden-leven. Er zijn nieuwe spelers op het toneel verschenen, en ze zullen in dit era dominant worden: de reptielen. Denk aan dinosauriërs, mosasauriërs en pterosauriërs. Ze worden, respectievelijk ter land, ter zee en in de lucht, incontournable.
Maar hun heerschappij is er niet van eergisteren op gisteren gekomen. Daarvoor moeten we terug naar twee p's: het Perm en Pangea.
Pangea was het gigantische continent dat zich heeft gevormd op de overgang van het Carboon naar het Perm, ruwweg driehonderd miljoen jaar geleden. Het was een grote botsing: het supercontinent Gondwana (zeg maar Afrika plus Zuid-Amerika plus Antarctica plus Australië plus Indië) tegen zijn noordelijke evenknie Laurussia (Noord-Amerika en Europa). Bam! Al botsen landmassa's in slow motion, centimeter voor centimeter, over tientallen miljoenen jaren. Met Pangea liggen alle landmassa's bij elkaar, omringd door één oceaan, Panthalassa. Noteer alvast: de volgende keer dat de hele wereld samenkomt, zal over zo'n 250 miljoen jaar zijn.
270 miljoen jaar geleden. De wereld is bijeengedreven tot Pangea (lichtblauwe stroken ook meegerekend). (C.R Scotese en GPlates)
270 miljoen jaar geleden. De wereld is bijeengedreven tot Pangea (lichtblauwe stroken ook meegerekend). (C.R Scotese en GPlates)
Op het botsvlak van Gondwana en Laurussia, zowat pal op de evenaar, ontstond een langgerekte bergketen. Die liep van de Appalachen, over enkele bekende Europese bergen (het Centraal-Massief, de Vogezen, de Eifel, de Harz...) tot aan de Oeral. Het is de Variscische gebergteketen. Bij ons rijzen de Ardennen hoog op (veel hoger dan de glooiingen die ze vandaag zijn), maar Vlaanderen blijft relatief ongeschonden.
De hele wereld bijeen, gezellig, maar het heeft ook gevolgen, vooral voor de gebieden die niet meer aan een oceaan liggen, zoals wij. Wolken storten zich dichter bij de continentale randen uit, dus het haast eindeloze binnenland van Pangea verdroogt. En de Ardennen en de andere gebergten ten zuiden van ons houden vochtige lucht vanuit de oceaan tegen. Onze zompige en weelderige wouden van het Carboon, vol torenhoge schubbomen (aflevering 3: België als tropisch moerasbos), worden woestijn met zandduinen. Wie had van ons regenlandje gedacht dat we ooit Sahara waren?
Een andere, verouderde naam voor Pangea is het ‘Nieuwe Rode Continent’, naar analogie met het ‘Oude Rode Continent’ uit het vroeg-Devoon (aflevering twee: België als tropisch koraalrif). De rode kleur komt door de ijzermineralen in het zand die oxideren. Op mijn bureau ligt zo'n lichtrode zandsteen uit een groeve in Vielsalm. Daar zijn heel oude gesteenten aan het extreem warme klimaat van het Perm blootgesteld. Ik had de steen tijdens een excursie opgeraapt, omdat ik hem mooi vond. Nu besef ik hoe bijzonder hij is, want van het Perm (299 tot 252 miljoen jaar geleden) zijn er door erosie bitter weinig sporen overgebleven in ons land. Van zowat alle andere periodes in de voorbije vijfhonderd miljoen jaar hebben we wél grote ontsluitingen, vooral in Wallonië.
België was tijdens het Perm een Sahara. Daarvan getuigt deze zandsteen uit de buurt van Vielsalm. Door de hitte en droogte oxideerde het ijzer in de zandsteen en kleurde hij rood. (Foto: Thierry Hubin)
België was tijdens het Perm een Sahara. Daarvan getuigt deze zandsteen uit de buurt van Vielsalm. Door de hitte en droogte oxideerde het ijzer in de zandsteen en kleurde hij rood. (Foto: Thierry Hubin)
Prille reptielen en zoogdieren
Tegen die gortdroge wereld van het prille Pangea waren sommige gewervelden al behoorlijk goed gewapend sinds het Carboon. We noemen ze amnioten. Het zijn de voorouders van alle reptielen, vogels én zoogdieren. Ze evolueerden uit amfibische viervoeters waarvan de vinnen sterk genoeg waren om zich uit het water te hijsen, en waarvan de zwemblaas tot een long was getransformeerd. Die amfibieën moesten wel nog terug naar het water om eitjes te leggen.
Amnioten vonden daar iets op. Ze creëerden een aangename minivijver in het ei. Hoe? Door een aantal zakken: het amnion, de dooierzak, het allantois en het chorion. Het amnion is de vruchtwaterzak waar het embryo in groeit. Vanuit de buikzijde van het embryo ontspruiten de dooierzak, met reservevoedsel, en het allantois, de afvalzak. De drie zakken zitten in een beschermend vlies, het chorion. Rond dat chorion krijg je dan een zachte lederachtige schaal, of een hardere van kalk.
Kippenei als voorbeeld: het embryo zit in een vruchtwaterzak (amnion) en is verbonden met een dooierzak (vitellus) en een afvalzak (allantois). Daaromheen een beschermend vlies (chorion), eiwit (albumen) en een eierschaal. (Afbeelding: KDS4444, Wikimedia Commons)
Kippenei als voorbeeld: het embryo zit in een vruchtwaterzak (amnion) en is verbonden met een dooierzak (vitellus) en een afvalzak (allantois). Daaromheen een beschermend vlies (chorion), eiwit (albumen) en een eierschaal. (Afbeelding: KDS4444, Wikimedia Commons)
Amnioten waren de ontdekkingsreizigers van toen. Ze verkenden het continent steeds verder weg van het water en vormden nieuwe gemeenschappen. En dat konden ze omdat andere organismen hen waren voorgegaan in de kolonisatie van droge gebieden: naaktzadige bomen (zoals coniferen), schimmels, spinachtigen en insecten.
De amnioten splitsten tijdens het Carboon in drie basisgroepen. 'En daarvoor moet je naar de schedel kijken, en de gaten achter de oogkas tellen,’ zegt paleontoloog en wetenschapscommunicator Koen Stein (VUB), ‘de zogenoemde temporaalopeningen, zeg maar slaapvensters.’ Waar er openingen zijn, kunnen spieren beter aangehecht worden en ontstaat een grotere bijtkracht.
Het aantal gaten achter de oogkas onderscheidt anapsiden (uitgestorven groep, A), synapsiden (proto-zoogdieren en zoogdieren, B) en diapsiden (reptielen en vogels, C) van elkaar. (Preto(m), Wikimedia Commons)
Het aantal gaten achter de oogkas onderscheidt anapsiden (uitgestorven groep, A), synapsiden (proto-zoogdieren en zoogdieren, B) en diapsiden (reptielen en vogels, C) van elkaar. (Preto(m), Wikimedia Commons)
'De anapsiden hebben géén slaapvenster, en hun eenvoudige schedel lijkt nog het meest op die van amfibieën. Vandaag zijn er geen anapsiden meer. De synapsiden hebben één opening, en daartoe behoren zoogdieren. Voel maar aan je slaap. Maar in de groep van de synapsiden zitten ook dieren uit het Perm zoals Dimetrodon, met een indrukwekkend zeil op de rug. Heel moeilijk te vatten dat wij daar relatief nauw mee verwant zijn. De derde groep zijn de diapsiden. Zij hebben twee slaapvensters. Daarbinnen zal een subgroep evolueren met de slangen, hagedissen, en onder meer ook mosasauriërs (zeereptielen). En een andere subgroep met de krokodillen, pterosauriërs (vliegende reptielen) en - jawel - dinosauriërs en vogels. Die laatste subgroep noemen we de archosauriërs, letterlijk de 'heersende reptielen'.’ En vele van hen liepen rechtop, en dat zal nog een game changer blijken.
Tijdens het Perm regeren de diapsiden (twee slaapvensters) nog niet, en is er nog helemaal geen sprake van dino's. Het zijn de synapsiden (één slaapvenster, de lijn van de zoogdieren) die hier de lakens uitdelen. Ze zijn aangepast aan de droge gebieden van Pangea en laven zich aan de meren die zich door de megamoessons hebben gevuld. Het zijn de kruipende toppredatoren met een pronkerig rugzeil zoals Dimetrodon. Later in het Perm worden ze overklast door andere bizarre proto-zoogdieren: de gorgonopsiden.
Dimetrodon is nauwer verwant met ons, zoogdieren, dan met reptielen. We zijn beide synapsiden: één slaapvenster achter de oogkas. (Foto: Thierry Hubin, Instituut voor Natuurwetenschappen)
Dimetrodon is nauwer verwant met ons, zoogdieren, dan met reptielen. We zijn beide synapsiden: één slaapvenster achter de oogkas. (Foto: Thierry Hubin, Instituut voor Natuurwetenschappen)
Gorgonopsiden, zoogdierachtigen met sabeltanden. (H. Zell, Wikimedia Commons)
Gorgonopsiden, zoogdierachtigen met sabeltanden. (H. Zell, Wikimedia Commons)
Je zou ze kunnen omschrijven als grote 'sabeltandratten', slanke roofdieren van een halve tot drie meter lang met een brede, afgeplatte snuit en impressionante hoektanden. Die zetten ze in het vlees van andere zoogdierachtigen, de dicynodonten. Deze gedrongen planteneters lijken op een everzwijn met de kop van een schildpad. Dit zijn stuk voor stuk vergeten weirdo's van het Perm, waar Hollywood tot nu toe weinig interesse in heeft getoond.
In de archosauriërs daarentegen… Hun rijk begint na een apocalyptische periode. The Great Dying is de grootste massa-uitsterving die de aarde heeft gekend. 'De meeste mensen kennen de massa-uitsterving aan het einde van het Krijt, maar aan het einde van het Perm, zo'n 252 miljoen jaar geleden, sterft maar liefst 95 procent van de mariene soorten en 70 procent van de soorten op land uit.’
Deze derde van vijf grote massa-extincties ging niet in één klap, maar in pulsen over een periode van zo'n vijftien miljoen jaar. Veel diergroepen konden het verlies aan diversiteit tussen twee pulsen niet voldoende herstellen. In de laatste twee miljoen jaar van het Perm was het toenmalige Siberië letterlijk aan het barsten. Gigantische hoeveelheden lava gulpten er door spleten in de aardkorst heen. Het volume aan basalt (snel afgekoeld magma) in het laatste miljoen jaar van het Perm wordt op vier miljoen kubieke kilometer geschat. Als je dat basalt gelijkmatig over België zou verdelen, zou de laag 130 kilometer dik worden (en dat is dertien keer de hoogte waarop je een vliegtuig op kruissnelheid ziet overvliegen).
The Great Dying is de grootste massauitsterving die de aarde heeft gekend
De hoeveelheid CO2 die tijdens dat miljoen jaar uit de ondergrond vrijkwam, wordt geschat op 208.000 gigaton, tachtig keer meer dan de totale uitstoot door de mens sinds de industriële revolutie. En er kwamen bij die uitbarstingen ook zwavel en metalen vrij. Dat alles leidde tot felle opwarming (in een al hete wereld), zure regen, verzuring en zuurstofgebrek in de oceanen, een ozongat en metaalvergiftiging. De uitgevloeide basalten van de 'Siberian Traps' trekken een dikke streep: bye bye Paleozoïcum. Zien we nooit meer terug (behalve als fossielen): trilobieten (die 270 miljoen jaar hebben bestaan), zeeschorpioenen, de koralen van het Devoon en Carboon, en op land verdwijnen de protozoogdieren met rugzeil en die met sabeltanden. De aarde heeft zowat tabula rasa gemaakt, maar enkele overlevers krijgen zo een nieuw speelveld.
Sprintende dinootjes
Wie naar het midden van het Trias zou reizen, 230 miljoen jaar geleden, een twintigtal miljoen jaar na de grootste massa-uitsterving, zou lang moeten zoeken naar dino's. Ze zijn er, maar zijn niet groter dan een kat. Koen Stein: 'Je zou wél veel forse en angstaanjagende archosauriërs tegen het lijf lopen. Ze zien eruit alsof je een krokodil een T. rex-kop zou aanmeten en het dier zou vragen rechtop te lopen. De diversiteit aan zulke krokodilachtigen, met onder meer de gevreesde Rauisuchia, was in het trias enorm. Er zaten zelfs planteneters tussen.’
Als je alleen de kop bekijkt, zou je denken: T. rex! Maar het is een krokodilachtige uit het Trias. Saurosuchus liep met de poten onder het lijf in plaats van ernaast. De dinosauriërs leven in hun schaduw, maar dat zal veranderen... (Fernando de Gorocica, Wikimedia Commons)
Als je alleen de kop bekijkt, zou je denken: T. rex! Maar het is een krokodilachtige uit het Trias. Saurosuchus liep met de poten onder het lijf in plaats van ernaast. De dinosauriërs leven in hun schaduw, maar dat zal veranderen... (Fernando de Gorocica, Wikimedia Commons)
De dan nog kleine dinosauriërs delen een belangrijk kenmerk met die krokodilachtige archosauriër-neven: rechtop lopen. De voor- en achterpoten staan onder het lijf, en niet opzij, zoals bij krokodillen en hagedissen, koudbloedige kruipers die niet snel hoeven te zijn. Het dinodijbeen had aan de bovenkant een kop die perfect aansloot in een heupgewricht dat open was. Daardoor werden de poten natuurlijke steunberen, wat de stabiliteit en draagkracht enorm vergrootte. Met de benen onder het lijf word je een sprinter, kun je grotere afstanden overbruggen, heb je prooien sneller te pakken, terwijl je minder energie verspilt omdat je ledematen vloeiend bewegen. De benen onder het lichaam is een evolutionair kantelpunt gebleken.
230 miljoen jaar geleden. In het midden-Trias ontstaan de eerste dinosauriërs, wanneer de hele wereld nog bijeenligt als Pangea. Onze streken zijn lang Sahara-achtig geweest, maar worden nu vaker overspoeld door zee. (C. R. Scotese en GPlates)
230 miljoen jaar geleden. In het midden-Trias ontstaan de eerste dinosauriërs, wanneer de hele wereld nog bijeenligt als Pangea. Onze streken zijn lang Sahara-achtig geweest, maar worden nu vaker overspoeld door zee. (C. R. Scotese en GPlates)
In Argentinië en Brazilië - in de nattere zones van het droge Pangea - zijn sinds de jaren 1960 vroege Dinosauria uit het midden-Trias gevonden. Onder meer Herrerasaurus, Eoraptor en Pisanosaurus. En de onderlinge verschillen bij deze drie zullen leiden tot de grote opsplitsing in drie clades.
Herrerasaurus en verwanten zullen de lijn voortbrengen van de vleesetende, wendbare, slimme roofdieren zoals Velociraptor, T. rex en vogels, de zogenoemde theropoden. Eoraptor en co zijn naar alle waarschijnlijkheid voorlopers van de plantenetende langnekken, de sauropoden. En Pisanosaurus of nauwe verwanten zouden geleid hebben tot de lijn met onder meer Iguanodon, hadrosauriërs of eendenbekdino's, gehoornde dino's zoals Triceratops, en gewapende dino's zoals Stegosaurus en Ankylosaurus.
Die laatste zijn de ornithischiërs, en hebben een bekken waarvan het schaambeen naar achteren is geklapt. Bij theropoden en sauropoden wijst het naar voren. Die tweedeling in ornithischiërs (vogel-bekken) en saurischiërs (hagedis-bekken), op basis van de positie van heupbeenderen, is een klassieker. Maar vandaag testen paleontologen alternatieve stambomen uit door enorme datasets van anatomische kenmerken te verwerken met statistische programma's. Het debat over de dikste takken in de dinostamboom is nog volop aan de gang.
Het prille begin van de dinosauriërs: klein, vleesetend, en sprintend op de achterpoten. Dat laatste is een evolutionair keerpunt. (Foto: WehaveaTrex, Wikimedia Commons)
Het prille begin van de dinosauriërs: klein, vleesetend, en sprintend op de achterpoten. Dat laatste is een evolutionair keerpunt. (Foto: WehaveaTrex, Wikimedia Commons)
Liepen die prille dino’s ook hier in België rond? Ja. In Habay-la-Vieille, in het uiterste zuiden van België, zijn in een dunne laag sediment geïsoleerde dinosaurus-tanden gevonden uit het eind-Trias: ze behoren toe aan sauropoden, theropoden en misschien zelfs ornithischiërs.
Rond 210 miljoen jaar geleden zijn de dinosauriërs niet alleen diverser en talrijker maar ook groter geworden. 'Er zijn er met een lange nek, zoals Plateosaurus, tot drie ton zwaar. In het Europa van toen waren ze zo alomtegenwoordig als koeien vandaag. Ze werden bij de vleet gevonden in Duitsland, Frankrijk en Zwitserland. Ieder zichzelf respecterend natuurhistorisch museum heeft een echt exemplaar in huis. Het is uit deze groep dat de iconische langnekken uit het juratijdperk zullen evolueren.’
Onthulling van het authentieke skelet van Plateosaurus 'Ben', uit een groeve in Frick (Zwitserland). Plateosaurus was een 'prosauropode', een voorloper van de latere langnekken uit de Jura en het Krijt. (Foto: Thierry Hubin, Instituut voor Natuurwetenschappen)
Onthulling van het authentieke skelet van Plateosaurus 'Ben', uit een groeve in Frick (Zwitserland). Plateosaurus was een 'prosauropode', een voorloper van de latere langnekken uit de Jura en het Krijt. (Foto: Thierry Hubin, Instituut voor Natuurwetenschappen)
Hoge toppen
Na een nieuwe massa-uitsterving - de vierde van vijf - komen we de Jura binnen. De uitsterving volgde eenzelfde scenario als The Great Dying aan het einde van het Perm. Vulkanisme, vulkanisme en nog eens vulkanisme, door het opbreken van Pangea. Hier gaat het om het prille begin van de Atlantische Oceaan: West-Afrika en Noord- en Zuid-Amerika barsten van elkaar los, met zelfs nog meer uitvloeiend basalt dan in Siberië. Dat moet het klimaat danig in de war hebben gestuurd.
180 miljoen jaar geleden (Jura). Tussen West-Afrika en Noord-Amerika komt een prille Atlantische Oceaan piepen. Dat betekent vulkanisme en klimaatveranderingen. (C.R Scotese en GPlates)
180 miljoen jaar geleden (Jura). Tussen West-Afrika en Noord-Amerika komt een prille Atlantische Oceaan piepen. Dat betekent vulkanisme en klimaatveranderingen. (C.R Scotese en GPlates)
160 miljoen jaar geleden (Jura). De Atlantische Oceaan groeit en Laurazië (Noord-Amerika en Eurazië) komt los van Gondwana (Zuid-Amerika en Afrika). (C.R. Scotese en GPlates)
160 miljoen jaar geleden (Jura). De Atlantische Oceaan groeit en Laurazië (Noord-Amerika en Eurazië) komt los van Gondwana (Zuid-Amerika en Afrika). (C.R. Scotese en GPlates)
Driekwart van de soorten sterft uit. Halen het niet: de rechtoplopende krokodilachtigen, waarna alleen de kruipende en de aquatische vormen, die we vandaag kennen, overblijven. Met het verdwijnen van de krokodilachtige rovers staat niks de dinosauriërs nog in de weg om het land te domineren.
De Jura is het middenpaneel van de triptiek die het Mesozoïcum aka het dinotijdperk is, met het Trias en het Krijt als zijpanelen. Op het middenpaneel zou een paleoartiest iconische sauropoden of langnekken schilderen, zoals Diplodocus, Apatosaurus, Camarasaurus en Brachiosaurus.
Aan één zo’n blootgelegde wervel heb je genoeg om je in te beelden hoe zo’n sauropode boven je uit zou hebben getorend
Hoe groot die dieren konden worden, mocht ik ondervinden tijdens twee opgravingsmissies van het Instituut voor Natuurwetenschappen in Wyoming, onder leiding van paleontoloog Pascal Godefroit. We groeven in de wereldvermaarde Morrison-formatie, zowat het walhalla voor dinojagers. Ook Koen Stein was erbij en hij herinnert zich die joekels van ruggenwervels en dijbenen alsof het gisteren was. 'Aan een zo'n blootgelegde wervel heb je genoeg om je te kunnen inbeelden hoe zo'n sauropode boven je uit zou hebben getorend. Daar kun je met je hoofd niet bij.'
Van borelingen ter grootte van een hamster zetten ze in dertig jaar tijd uit tot supergiganten zo groot als een vliegtuig. Hoe konden die dieren uitgroeien tot de grootste landdieren ooit? 'Met hun lange nekken waren ze in staat enorme hoeveelheden gebladerte naar binnen te spelen zonder een stap te moeten verzetten. En sauropoden hadden een efficiënte ademhaling ontwikkeld. Veel botten van de nek, borst en staart bevatten holtes waarin luchtzakken zaten. Die zakken vulden zich bij het inademen. Bij het uitademen stroomde de lucht in al die zakken naar de longen. Ze werkten dus als een blaasbalg: méér zuurstof om het metabolisme voor dat megalijf aan te blijven wakkeren.' Brachiosaurus kon meer dan dertig ton wegen. Dat zijn al snel zes olifanten. In het Krijt zullen titanosauriërs, zoals Argentinosaurus, tot meer dan vijftig ton gaan. Reken maar uit hoeveel olifanten. 'Hun skelet moest enorm sterk zijn, maar wel nog altijd beweeglijk.’
Uit de Jura kennen we ook de toppredator Allosaurus. Een slankere versie van het icoon van het eind-Krijt T. rex (de voorlopers van T. rex zijn er in de Jura al, maar ze zijn nog relatief klein). Een bijna volledig Allosaurus-skelet, dat sinds 2019 in het Instituut voor Natuurwetenschappen staat, komt van diezelfde plek in Wyoming.
Dat de meeste van de bovenvermelde soorten een belletje doen rinkelen, hebben we te danken aan de populaire cultuur, maar eigenlijk ook aan een verbeten strijd: de zogenoemde Bone Wars tussen twee paleontologen, Edward Drinker Cope en Othniel Charles Marsh. De Morrison-formatie was hun slagveld. Dat ze andermans opgravingsteams dwarsboomden, zelfs met dynamiet, is een smeuïge b-mol in de prille dinopaleontologie. Maar ze beschreven wel het gros van de eerdergenoemde Jura-dino's, met ook nog Stegosaurus en minder bekende soorten als Dryosaurus (een kleine voorloper van Iguanodon).
Nog een aantal andere belangrijke evoluties in de Jura: dino's ontwikkelen steeds meer veren, denk aan Archaeopteryx en Anchiornis. Die komen uit de clade van de theropoden. Vogels zullen evolueren uit die groep van vleesetende dino's. Maar paleontoloog Pascal Godefroit beschreef in 2014 Kulindadromeus zabaikalicus, een basale dino met veerachtige structuren die uit de andere clade, de plantenetende ornithischiërs, komt. Dat doet vermoeden dat dino's aan de basis van hun evolutie (nog voor de splitsing in theropoden en ornithischiërs), al veren hadden. Veren waren dus alomtegenwoordig bij dino’s. Ze waren standaard meegeleverd in het bouwpakket, maar sommige soorten verloren die eigenschap. Fluffy veertjes dienden aanvankelijk om de lichaamstemperatuur op peil te houden, voor camouflage en baltsgedrag, maar zullen evolueren tot slagpennen, waarmee kleine dino’s door de lucht glijden, en uiteindelijk vliegen.
Kulindadromeus zabaikalicus, in 2014 beschreven door paleontoloog Pascal Godefroit. Veren waren bij dino's eerder regel dan uitzondering. (Foto: Thierry Hubin, Instituut voor Natuurwetenschappen)
Kulindadromeus zabaikalicus, in 2014 beschreven door paleontoloog Pascal Godefroit. Veren waren bij dino's eerder regel dan uitzondering. (Foto: Thierry Hubin, Instituut voor Natuurwetenschappen)
In de oceanen en zeeën van de Jura hebben reptielen zich duidelijk al goed aangepast aan het mariene milieu (sommige reptielen keerden inderdaad terug naar het water - zoogdieren zullen later dezelfde beweging maken). Je hebt Ichthyosauria, met een dolfijnvormig lijf en lange snuit, en Plesiosauria, met een lange nek. De lagen van de Jura zijn in België beperkt tot ons zuidelijkste punt en tot de Roerdalslenk in het noordoosten. Maar aan de Jurassic Coast van Engeland, in Lyme Regis, vond fossielenverzamelaar en paleontologe Mary Anning begin negentiende eeuw als eerste complete exemplaren van die indrukwekkende zeereptielen. Ze zijn te bewonderen in het Natural History Museum in Londen. Ze vond ook een pterosauriër. Die vliegende reptielen waren er ook nog.
Het eerste volledige skelet van Plesiosaurus, gevonden door Mary Anning. Dit 3,5 meter lange specimen werd in 1824 gepresenteerd op een bijeenkomst van de Geological Society. Dezelfde conferentie waarop het allereerste dinosaurusfossiel - een kaakbeen van Megalosaurus - aan de wetenschappelijke wereld werd getoond. Het Plesiosaurus-skelet is te zien in het Natural History Museum Londen. (Foto: the paleobear, Wikimedia Commons)
Het eerste volledige skelet van Plesiosaurus, gevonden door Mary Anning. Dit 3,5 meter lange specimen werd in 1824 gepresenteerd op een bijeenkomst van de Geological Society. Dezelfde conferentie waarop het allereerste dinosaurusfossiel - een kaakbeen van Megalosaurus - aan de wetenschappelijke wereld werd getoond. Het Plesiosaurus-skelet is te zien in het Natural History Museum Londen. (Foto: the paleobear, Wikimedia Commons)
Telegram uit Bernissart
Het Krijt-tijdperk begint na - hoe kan het anders - een verstoring van het klimaat. Ecosystemen werden compleet overhoop gegooid, alleen weten we de oorzaak niet. De diversiteit aan sauropoden daalt drastisch, en stegosauriërs sterven bijna uit. Blijkbaar hebben de iguanodonachtigen daarvan geprofiteerd, en werden ze de dominante planteneters, geflankeerd door ankylosauriërs en primitieve gehoornde dino's.
Montage, tussen oktober 1882 en maart 1883, van het eerste volledige exemplaar van een iguanodon uit Bernissart (exemplaar Q, holotype van Iguanodon bernissartensis). Links: museummedewerker en preparateur Félix Sonnet. (Foto: Instituut voor Natuurwetenschappen)
Montage, tussen oktober 1882 en maart 1883, van het eerste volledige exemplaar van een iguanodon uit Bernissart (exemplaar Q, holotype van Iguanodon bernissartensis). Links: museummedewerker en preparateur Félix Sonnet. (Foto: Instituut voor Natuurwetenschappen)
Iguanodons worden zowat overal gevonden in West-Europa, maar de Belgische zijn wereldvermaard. In 1878, in volle rush op het zwarte goud, stoten de mijnwerkers in het Henegouwse dorpje Bernissart, op een boogscheut van de Franse grens, op de eerste iguanodonbotten. Er gaat een telegram naar het Musée Royal d'Histoire naturelle de Belgique met de dringende vraag om preparateur Louis De Pauw te sturen. Het is het startschot van een ongeziene en uiterst succesvolle paleontologische missie, die drie jaar zal duren (beluister de podcastaflevering voor het relaas). Botten van zo'n 45 individuen worden bovengehaald, en zo'n 25 skeletten zijn volledig, of zo goed als. Wanneer ze worden opgesteld, geeft het de wetenschap en het publiek van toen voor het eerst een compleet beeld van hoe een dinosauriër eruitzag.
'Onze iguanodons waren de Steen van Rosetta voor de paleontologie van dinosauriërs', zegt Pascal Godefroit, die in 2023 een standaardwerk over de iguanodons publiceerde. 'En al was Iguanodon als soort al beschreven door Gideon Mantell in 1825, de vondst in Bernissart gaf ons veel meer inzicht in hoe die dieren leefden.
Ze gaf ons bovendien een blik op het lokale ecosysteem van 125 miljoen jaar geleden. We hebben de twee iguanodonachtigen - Iguanodon bernissartensis en een kleinere, slankere soort die vandaag opnieuw onder de loep wordt genomen en mogelijk alleen in de regio van Bernissart voorkwam. We vonden ook een vingerkootje van een vleesetende dinosauriër.' En in een kleigroeve in de buurt van Bernissart is ook een scheenbeen van een langnek gevonden, dus die liepen hier evengoed rond. ‘De mijnwerkers en technici van het museum haalden op 322 en 356 meter diepte ook zo'n drieduizend visfossielen boven, twee krokodillensoorten (een grote en een kleine), schildpadden, een salamander, insecten en plantenresten, waaronder ook pollen. En die laatste zijn nieuw, want hier zien we het begin van bloemplanten.'
De iguanodon die in 1883 voor het eerst aan het publiek werd getoond, staat nu met acht andere zo goed als complete exemplaren in de glazen kooi van het Instituut voor Natuurwetenschappen. (Foto: Thierry Hubin, Instituut voor Natuurwetenschappen)
De iguanodon die in 1883 voor het eerst aan het publiek werd getoond, staat nu met acht andere zo goed als complete exemplaren in de glazen kooi van het Instituut voor Natuurwetenschappen. (Foto: Thierry Hubin, Instituut voor Natuurwetenschappen)
125 miljoen jaar geleden. In het vroeg-Krijt, is Europa een archipel. En Pangea is al een tijd opgebroken in Laurazië (Noord-Amerika plus Eurazië) en Gondwana (o.a. Afrika plus Zuid-Amerika)
125 miljoen jaar geleden. In het vroeg-Krijt, is Europa een archipel. En Pangea is al een tijd opgebroken in Laurazië (Noord-Amerika plus Eurazië) en Gondwana (o.a. Afrika plus Zuid-Amerika)
Europa is in het onder-Krijt de kreeftskeerkring al een eind voorbijgeschoven, en is door stijgende zeespiegels een archipel. Bernissart ligt op een van de eilanden, het Anglo-Brabantmassief (England en Vlaanderen), dat overging in het Ardens massief en het Rijnlands leisteenplateau (westen van Duitsland). Iguanodons konden van de ene naar de andere kant migreren. Al blijken die van Bernissart niet zo avontuurlijk te zijn geweest (zie kaderstuk op het einde van dit artikel). Op Isle of Wight in England zijn behalve iguanodons, en recent nog een iguanodon met rugzeil, ook pterosauriërs (Wightia) en vleesetende dino's (Neovenator, Vectiraptor, Eotyrannus en Baryonyx) gevonden. We kunnen aannemen dat ook zij in de ruime regio van Bernissart leefden.
Artistieke impressie van het meer van Bernissart. (Illustratie: Vinciane Decamps - Vinch Atelier). De posters van Planeet België zijn te koop (A2-formaat).
Artistieke impressie van het meer van Bernissart. (Illustratie: Vinciane Decamps - Vinch Atelier). De posters van Planeet België zijn te koop (A2-formaat).
Hoe zoveel iguanodons in Bernissart aan hun einde kwamen, heeft al menig paleontoloog aan het denken gezet. Godefroit legt me het meest recente scenario uit. 'De streek is een karstgebied, en was bezaaid met zinkgaten. Door oplossingsgesteenten op grote diepte zakte alles wat erboven lag naar onder. Dat gebeurde geleidelijk. Aan het oppervlak vormde zich eerst een doline, een verzakking, die zich met water vulde. Een perfect meer of moeras voor een kudde dorstige iguanodons, zou je denken. Maar de randen van de doline zijn onstabiel. De vier ton zware dieren zijn mogelijk zo in het meer of moeras geschoven, en er niet meer uitgeraakt. Ze zouden daarbovenop kunnen zijn gestikt door een bekend en heel dodelijk moerasgas, waterstofsulfide of H2S. Het wordt aangemaakt door bacteriën op de bodem van het meer. Dit tragische scenario heeft zich dan wellicht een paar keer voorgedaan.’
Ze zijn plots gestorven, en moeten daarna snel door sediment bedekt zijn geraakt want de botten vertonen geen sporen van vraat. De kleilagen met iguanodonfossielen zakten dan door de onstabiele ondergrond dieper en dieper, tot in de steenkoollagen van het Carboon. De rest is geschiedenis.
Het zinkgat van Bernissart. Het Krijttijdperk zakte in het Carboon.
Het zinkgat van Bernissart. Het Krijttijdperk zakte in het Carboon.
Of is er nog toekomst? ‘In de boorkernen die in 2002 en 2003 genomen zijn, zagen we nog botfragmenten zitten. Maar een ondergelopen steenkoolmijn heropenen kost handenvol geld.’
Streep in het krijt
Het Krijt is vooral bekend om zijn eindfase met T. rex, Velociraptor, Triceratops en eendenbekdino’s of hadrosauriërs. Die laatste waren nazaten van iguanodonachtigen en hebben een opmerkelijke batterij tanden waarmee ze planten vermaalden. Al die iconische dino's worden vooral in Noord-Amerika en China gevonden. Uit ons land zijn maar enkele dinovondsten bekend uit het eind-Krijt: een tand van een ceratopsachtige, Craspedodon, gevonden in Lonzée, en in de streek van Eben-Emael twee vogels die nog in steen vervat zitten, Asteriornis en Janavis, en ook enkele botresten van theropoden en hadrosauriërs.
Geen wonder dat we weinig dinovondsten doen uit die periode, want België is dan zo goed als volledig bedekt door zee. Ammonieten, zee-egels, schelpdieren, maar vooral kleine algen met een skeletje van kalk (coccolieten) bedekken na het afsterven de bodem en vormen op den duur dikke pakketten krijt. Fossielenzoekers kunnen aan de witte kliffen van de Opaalkust en van Dover hun hart ophalen. In ons land zitten die krijtpakketten diep verborgen, maar in de streek van Bergen (Ciply) en Maastricht (Riemst en Kanne) komen ze boven. Je hebt mergelgrotten - kilometers aan uitgekapte gangen in een heuvel van krijtsteen - en open groeves, zoals de Sint-Pietersberg (ENCI-groeve). Daar zijn prachtige skeletten van mosasauriërs - letterlijk maashagedissen - gevonden. Ze stonden in de krijtzeeën aan de top van de voedselketen en worden daarom wel eens Sea rex'en genoemd.
70 miljoen jaar geleden. In het laat-Krijt zijn onze streken voornamelijk zee. De Atlantische Oceaan groeit en drijft een wig tussen Noord-Amerika en Europa, en Zuid- Amerika en Afrika. (C.R. Scotese en GPlates)
70 miljoen jaar geleden. In het laat-Krijt zijn onze streken voornamelijk zee. De Atlantische Oceaan groeit en drijft een wig tussen Noord-Amerika en Europa, en Zuid- Amerika en Afrika. (C.R. Scotese en GPlates)
Maar aan de plejade van land- en zeereptielen komt 66 miljoen jaar geleden abrupt een einde wanneer een asteroïde ter grootte van Brussel neerkomt bij Yucatán in Mexico. Hij slaat een krater zo groot als België. Gevolg: een scala aan rampen, van gigantische aardbevingen en tsunami’s tot bosbranden en een wereldwijde impact winter. Een recente studie van VUB en de Koninklijke Sterrenwacht modelleerde de gevolgen in de minuten en jaren na de impact. Geoloog Pim Kaskes en collega's bemonsterden in North Dakota de millimetersdunne laag die het neerdwarrelend stof had gevormd.
'Het bestaat uit verbazend fijne silicaatkorrels. Met een wiskundig model berekenden we dat de hele wereld binnen enkele dagen na de inslag omringd was door een wolk van fijnstof. Het bleef er maar liefst vijftien jaar hangen, en deed de aarde minstens vijftien graden Celsius afkoelen. Twee jaar lang kwam er zo goed als geen zonnestraling door de dikke mist van stof, en lag de fotosynthese stil. Het domino-effect op zowel land- als zeeleven was catastrofaal.’
Pim Kaskes (VUB, Natural History Museum London), Cem Berk Senel (Koninklijke Sterrenwacht) en Johan Vellekoop (KU Leuven, Instituut voor Natuurwetenschappen) tijdens het bemonsteren van de K-Pg-grens in North Dakota. (Foto: Maria Stuut)
Pim Kaskes (VUB, Natural History Museum London), Cem Berk Senel (Koninklijke Sterrenwacht) en Johan Vellekoop (KU Leuven, Instituut voor Natuurwetenschappen) tijdens het bemonsteren van de K-Pg-grens in North Dakota. (Foto: Maria Stuut)
Tip! Bekijk de poëtische documentaire 'De dag dat het zonlicht niet meer scheen' van Maria en Frederik Stuut op VRT MAX.
Alle dieren groter dan een hond zijn in die periode uitgestorven. Organismen die een poosje zonder eten kunnen, maken meer kans de korte maar krachtige catastrofe te overleven: dieren die in holen leven of in een rustfase kunnen gaan. Ook dieren die niet kieskeurig zijn qua menu, maken meer kans het te halen. En planten met zaden. Van de dinosauriërs zijn het alleen een beperkt aantal gevederde soorten die het halen. Zij waren niet afhankelijk van de (afgebrande) bomen en zijn de voorouders van de 11.000 vogelsoorten vandaag.
Om de zogenoemde Krijt-Paleogeen-grens (K-Pg-grens) te zien, moeten we niet per se naar Mexico of de VS. Op zowat alle continentale gebieden van toen is een laagje iridium teruggevonden - een stof die vooral in meteorieten zit.
En als je in de mergelgroeve van Geulhemmerberg, bij Maastricht, een kilometertje door de beige gangen stapt, kom je bij wanden met een paar donkergrijze strepen van klei. Niks bijzonders, zou je denken, tot je weet wat het is. 'Dit is naar alle waarschijnlijkheid het effect in onze streken van de asteroïde-inslag in Mexico', zegt geoloog Johan Vellekoop (KU Leuven, Instituut voor Natuurwetenschappen), als we voor de wand staan en onze vingers in de nog natte lijnen klei drukken. 'Dat heftige evenement, 66 miljoen jaar geleden, heeft onze zeebodem helemaal omgewoeld, met daarna die afzetting van klei, die je doorgaans dieper in zee of in lagunes vindt. Heeft de inslag een tsunami in gang gezet die tot hier is gerold? Of heeft de klimaatverandering stormen veroorzaakt? Er zijn veel hypotheses.’
Het effect van de asteroïde-inslag in Mexico op onze streken. Kijken we naar de gevolgen van tsunami's of van hevige stormen? (Foto: Reinout Verbeke, Instituut voor Natuurwetenschappen)
Het effect van de asteroïde-inslag in Mexico op onze streken. Kijken we naar de gevolgen van tsunami's of van hevige stormen? (Foto: Reinout Verbeke, Instituut voor Natuurwetenschappen)
De belangrijkste strepen voor ons zoogdieren: de K-Pg-grens. Boven de donkergrijze kleilagen houdt de tiranie van dinosauriërs op, en is ons momentum aangebroken. (Foto: Siska Van Parys, Instituut voor Natuurwetenschappen)
De belangrijkste strepen voor ons zoogdieren: de K-Pg-grens. Boven de donkergrijze kleilagen houdt de tiranie van dinosauriërs op, en is ons momentum aangebroken. (Foto: Siska Van Parys, Instituut voor Natuurwetenschappen)
Ik gloei van enthousiasme, want ik sta voor dé markeringslijn die een nieuw 'era' inluidt: het Cenozoïcum, ‘het tijdperk van het nieuwe leven’. Een millimeter onder de kleilaag heb je nog de tirannie van mosasauriërs en T. rexen, iets boven die donkergrijze historische grens is onze onbekende primatenvoorouder door het stof aan het kruipen.
3D-ATLAS VAN DE IGUANODONS
In de voorbije twee jaar kon je in de glazen kooi van de iguanodons van Bernissart geregeld stroboscoopachtig licht zien. Onderzoeker Christophe Mallet en collega's haalden bot voor bot van de negentiende-eeuwse metalen dragers (bekijk de video), en gingen er met een handscanner overheen. Nu hebben ze vele terabytes aan 3D-beelden, van schedel tot teenkoot(je). Die virtuele kopieën, waarop je haast eindeloos kunt inzoomen, moeten de komende jaren inspiratie bieden voor nieuwe studies. Maar Mallet vond nu al iets opmerkelijks. 'Boven het oog zit een bot - het supraorbitaal - en ik stelde vast dat bij dertien individuen waarvan dat bot bewaard is, er twee verschillende vormen zijn: als een hockeystick, en mooi boogvormig. Zou dat kunnen wijzen op een verschil tussen vrouwtjes en mannetjes?’
3D-model door Christophe Mallet (Instituut voor Natuurwetenschappen)
3D-model door Christophe Mallet (Instituut voor Natuurwetenschappen)
Een andere recente studie keek onder meer naar de strontium- en zuurstofisotopen in de tanden, botten en pezen (ja, ook die laatste zijn gefossiliseerd). De zuurstofisotopen vertellen over de aard en de temperatuur van het water dat ze dronken. Daaruit blijkt dat de winters nat en koud waren, de zomers droog en warm. Het strontium wordt dan weer opgenomen via voedsel (in dit geval planten). De samenstelling van de isotopen weerspiegelt de geologie van de bodem waarop die planten groeiden. Zo konden de onderzoekers afleiden dat onze bekende iguanodons geen kuddes waren die uit Engeland of Duitsland of elders waren gemigreerd, maar dat ze hun hele leven lokaal graasden. De iguanodons van Bernissart blijken echt wel… van Bernissart. Ze stierven hun gruwelijke dood - verdrinking en/of gestikt door een zwavelgas - in hun geboortestreek, als dat een troost mag zijn.
Het Instituut voor Natuurwetenschappen reconstrueert de omzwervingen van het lapje grond België: vanaf de zuidpool tot waar we nu liggen. Een serie over de unieke geologie van ons land in vijf longreads, vijf podcastafleveringen en vijf posters.
Dit vierde artikel staat in het zomernummer 2026 van Eos. Het vijfde en laatste artikel verschijnt in het oktobernummer.
Je vindt alles op www.naturalsciences.be/r/planeetbelgie
Met steun van het Wernaersfonds van Fonds de la Recherche Scientifique (FNRS).
Een welgemeende dank aan onder meer:
- Geoloog Kris Piessens (Instituut voor Natuurwetenschappen) voor de inspiratie en begeleiding
- Geoloog Michiel Dusar (Instituut voor Natuurwetenschappen) voor het nalezen
- Sound designer Joris Van Damme en muzikant Bart Couvreur voor de podcast
- Illustratrice Vinciane Decamps (Vinch Atelier) voor de posters
- Videomaker Stijn Pardon (Instituut voor Natuurwetenschappen) voor de trailer
